Geschiedenis van de Familie Mahn in Klingenberg

(uit "Geschichtliche Aufzeichnungen aus Klingenberg'ís älteste und jüngste Vergangenheit", in 1925 geschreven door Oswalt Naumann, een onderwijzer in Klingenberg.)

In 1887 komt Eduard Mahn, 59 jaar oud, met zijn gezin uit Weesenstein, een plaatsje te zuiden van Dresden, naar Klingenberg en koopt daar de zogenaamde "Hintermühle". Dit was oorspronkelijk een watermolen voor het malen van graan en was later in een papierfabriekje veranderd. Samen met zijn oudste zoon Wilhelm heeft hij deze toen tot een grote papierfabriek uitgebreid, want er was een overvloed van water in het riviertje. Tot 1887 was Wilhelm de technische leider van een papierfabriek in Rusland. Toen Eduard in 1900 stierf namen de drie zonen gemeenschappelijk de leiding over.

Het bedrijf had in 1925 vijfpapiermachines en twee machines voor de gekleurde papieren. Op het kantoor werkten ongeveer 12 mensen en in de fabriek 200 mensen. De productie bestond uit een grote varieteit van verschillende papiersoorten. Er was een goede kantine en men had een eigen ziekte en invaliditeits kas. Het bedrijfproduceerde zijn eigen electriciteit en had een brandweer met twee spuitwagens, een gemotoriseerde en een handbediende en een groot waterreservoir. Voor het transport waren er 9 paarden, 2 vrachtwagens en 2 personen autos. Tot de fabriek behoorde ook een boerderij met landerijen en bosgrond en 7 koeien, veel varkens en geiten. Er was ook een eigen steengroeve.

Drie jaar later, in de wereldcrisis van 1928 werd de fabriek failliet verklaard. Als belangrijke werkgever was dit een grooot verlies voor Klingenberg. Later bleek, dat in tegenstelling tot de verwachtingen, de verkoopswaarde van fabriek en inventaris groter was dan de schulden.

Adolf Mahn, die een chemische opleiding had genoten, was verantwoordelijk voor de fabricage van het gekleurde zijdepapier, een specialiteit van de fabriek. De talloze kleurstoffen die hiervoor nodig waren, werden in een speciaal bedrijfslaboratorium zelf geproduceerd.

In het kerkje van Klingenberg was op een van de banken nog een naamplaatje van Wilhelm Mahn en bij het avondmaalszilver is nog een beker door Eduard geschonken en die vroeger op het altaar tussen de kandelaar en het kruisbeeld stond, maar nu opgeborgen is.

Op de preekstoel van de kerk is een zandloper van omsteeks 1740. Bij het begin van de preek werd hij omgedraaid en de preek moest net zo lang duren totdat de zandloper leeg was.

Het familiegraf was in 1991 nog mooi onderhouden met veel bloemen en een mooie rhododendron. Het werd nog liefdevol verzorgd door een vriendin van Lotte, Fr. Füllborn uit Dorfhein. Ze had Lotte beloofd voor het graf te zorgen en deed dit al 15 jaar lang. We hoorden ook vele andere verhalen over de familie bv. Fr. Dittrich, die zich nog herinnerde dat na de oorlog in 1918 zij en vele andere ondervoede kinderen uit het dorp dagelijks naar de fabriek mochten komen voor een warme maaltijd in de kantine. En Fr. Gnauck vertelde dat toen zij en haar zusje jong weeskinderen waren geworden, haar zusje in Klingenberg bij de familie Mahn werd opgenomen en dat ze weldra ook haar vroegen om bij hun te komen en toen lang als hun eigen kinderen verzorgd werden.

Adolf Mahn heeft in 1886 een huis gekocht in Klingenberg-Colmnitz, een plaatsje ontstaan bij het treinstation tussen Klingenberg en Colmnitz aan de spoorlijn Dresden - Reichenbach. In 1916 is hij naar Tharandt verhuisd, waar hij anderhalf jaar later gestorven is.

Click here to read about the search for the Mahn genealogy